Monitoringsprogramma's

Zwoegerziekte: dit is een virus infectie (maedi-visna-virus) bij schapen. Er bestaat een longvorm, gewrichtsvorm, hersenvorm en uiervorm. En het is een langzaam verlopende ziekte. Een behandeling of vaccinatie is niet mogelijk tegen deze ziekte. Het duurt soms jaren voordat antistoffen of ziekteverschijnselen tevoorschijn komen. Er zijn drie keuzemogelijkheden: 1. Niets doen 2. Bloedtappen en afvoeren 3. De hele koppel ruimen. Om gecertificeerd te worden moet er bloed afgenomen worden. Als de eerste keer tappen negatief (dus geen zwoegerziekte aangetoond) is dan moet er na 12 maanden weer getapt worden. Is de uitslag dan nog steeds negatief dan hoeft het bloedonderzoek pas 24 maanden later weer herhaald te worden. Bij de geit heet deze ziekte CAE (caprine arthritis encephalitis).

SchapenScrapie:de dieren hebben jeuk, vertonen abnormaal gedrag (dromen) en ook neurologische verschijnselen komen voor. De diagnose kan worden bevestigd door microscopisch onderzoek van hersenweefsel. Het is een aangifteplichtige ziekte. Als een bedrijf een besmetting heeft gehad wordt het drie jaar in de gaten gehouden, ieder dood dier ouder dan een jaar moet worden gemeld. Bestrijding bij schapen betekend fokken met een ram die niet gevoelig is en genotyperingen laten uitvoeren. Bij geiten lukt dit nog niet, hier wordt het bedrijf vrij als er drie jaar geen scrapie is aangetoond.

Caseous lympadenitis (CL): bij deze ziekte zijn abcessen in de lymfeklieren, vooral bij hals en kop te zien. Het wordt veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium pseudotuberculosis. Bij het schaap zijn vaak de lymfeklieren in het hele lichaam aangetast. De diagnose wordt bevestigd door serologisch en bacteriologisch onderzoek. Vaccinatie beschermd niet 100% en is in Nederland niet toegestaan. Bij schapen kan er geen betrouwbare diagnose per dier worden gesteld dus de optie de over blijft is alle dieren op te ruimen. Bij geiten moet er bloed worden onderzocht en besmette dieren moeten worden opgeruimd.

Chlamydophilose: dit wordt veroorzaakt door de bacterie chlamydophila abortus en veroorzaakt een abortus. Ook kunnen verzwakte lammeren worden geboren. Het dier heeft immuniteit na infectie. Verspreiding van de bacterie komt door de vrucht of uitvloeiing uit de vulva. Het is een zoönose voor zwangere vrouwen. Na bevestiging worden alle drachtige dieren behandeld met oxytetracycline met een interval van 10 tot 14 dagen. Voor de dekperiode moeten alle dieren worden gevaccineerd. Lammeren van dit seizoen mogen niet worden aangehouden. De dieren die hebben geaborteerd moeten apart worden gehuisvest en worden gedekt door een ram die de anderen niet dekt. Uiteraard moeten daarnaast hygiëne en management maatregelen worden toegepast, tevens kan er worden gekozen voor herbevolking.