Noodslachting

KalverenDe voorwaarden voor een noodslachting staan in de Verordening (EG) 853/2004 (kader 1). Voor de noodslachting komen alleen gezonde dieren in aanmerking welke omwille van het welzijn niet meer naar het slachthuis kunnen worden vervoerd vanwege een ongeval. De dierenarts voert de levende keuring uit en legt dit vast in een verklaring voor speciale noodslachting. Het dier, dat daarna door de dierenarts verdoofd wordt en op de boerderij verbloedt, dient vergezeld te gaan met deze verklaring.

De Verordening (EG) nr. 854/2004 regelt dat dieren die ziekteverschijnselen van systeemziekten of sterke vermagering vertonen, niet meer voor menselijke consumptie mogen worden geslacht (kader 2). Dit geldt ook voor dieren die lijden aan een ziekte of aandoening die op mensen kan worden overgedragen door contact met of het eten van het vlees. Ook mag het ongeluk niet langer dan 3 x 24 uur geleden gebeurt zijn.

Kortom: alleen gezonde dieren die binnen 3 x24 uur een ongeval hebben gehad (zoals uitgegleden of besprongen) komen in aanmerking voor een noodslachting. Temperatuursverhoging, een ontstoken gewricht of uierontsteking maakt al dat het dier niet geschikt is voor noodslachting en door ons geëuthanaseerd wordt.




































Bron: Toelichting over noodslachting - Faculteit Diergeneeskunde, IRAS UU en NVWA