Vaccinaties

Het "bloed"/ zomerlongontsteking/ tetanus: "het bloed" wordt veroorzaakt door gifstoffen van de bacterie Clostridium perfringens. Vooral snel groeiende dieren, die goed eten en tot 10 weken oud zijn hier gevoelig voor. Vaak worden de dieren dood aangetroffen en er is geen behandeling voor. De vaccinatie wordt twee keer gegeven met een tussentijd van 4-6 weken. Daarna wordt het jaarlijks herhaald. Drachtige ooien moeten hun 2eenting 2- 4 weken voor het werpen hebben gekregen. In dit vaccin zit ook de bescherming tegen zomerlongontsteking. Deze longontsteking wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella haemolytica. Het komt voor vanaf het voorjaar tot ver in de herfst. Verschijnselen zijn plotselinge sterfte en verschijnselen van longontsteking. Behandeling is vaak te laat. Tetanus is een bacterie welke de wond infecteert. Na infectie zorgt het voor krampen bij het dier. Het is een dodelijke ziekte. Deze drie ziektes zit gecombineerd in 1 vaccin.

GeitenBlauwtong: vooral schapen worden hier erg ziek van. De ziekte wordt overgedragen door knutten (soort mugjes). Verschijnselen die gezien worden zijn koorts, versnelde ademhaling, ontstoken slijmvlies van de bek en een ontstoken tong. Soms wordt ook sterfte en abortus gezien.

Ecthyma: dit wordt ook wel "zere bekjes" genoemd. De ziekte wordt veroorzaakt door het parapox- virus. De lammeren worden het meeste aangetast door het virus. Tevens is het een zoönose (een ziekte welke van dier op mens overdraagbaar is). En veroorzaakt ernstige blaren bij mensen. Herstel treedt meestal binnen vier weken op. De behandeling richt zich op het voorkomen van secundaire infecties en geschiedt met antibioticaspray. Het vaccin mag alleen worden toegepast in besmette omgeving en moet 3- 4 weken voor het lammeren worden gegeven.

Rotkreupel: dit wordt veroorzaakt door de twee bacteriën fusobacterium necrophorum en bacteroides nodosus. Het typische van de ziekte is het grazen op de knieën. De behandeling bestaat uit het zorgvuldig en regelmatig bekappen en op de plekken antibioticaspray doen. Wanneer het een ernstig geval betreft wordt het dier gespoten met antibiotica en ontstekingsremmers. Vaccineren gebeurt met twee injecties met 6 weken tussentijd en daarna jaarlijks.

Chlamydia abortus: dit is een bacterie. Als is aangetoond dat chlamydia op het bedrijf heerst, is vaccineren hiertegen aan te bevelen. Na 1 keer enten zijn de dieren drie a vier lammerperiodes beschermd. Na het eerste jaar hoeven alleen de nieuwe geiten te worden gevaccineerd, dit moet maximaal vier weken voor het dekken gebeuren.

Q-koorts: dit wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Dit is een zoönose. Meestal verloopt het symptoomloos en bij geiten wordt abortus gezien. Bedrijven met meer dan 50 dieren en waar mensen komen, bijvoorbeeld kinderboerderijen, moeten verplicht gevaccineerd hebben. Het eerste jaar moeten de dieren twee keer geënt worden met drie weken tussentijd en daarna moeten de dieren jaarlijks worden geënt.

Paratuberculose: dit wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis. De dieren vermageren en de eetlust neemt af. In het eindstadium wordt er waterdunne diarree gezien. Al sinds 2005 wordt er met een niet geregistreerd vaccin gevaccineerd. Nu is het vaccin tot oktober 2014 geregistreerd.