Ziektebeelden

Diarree

De meeste diarreeproblemen spelen zich af bij de start van een ronde, wanneer de kalveren net aangekomen zijn op het bedrijf. Maar ook op latere leeftijd kunnen diarreeproblemen nog voorkomen.

Het is niet altijd gemakkelijk om op het oog te bepalen wat de oorzaak is van een diarreeprobleem, daardoor is het in sommige gevallen noodzakelijk om een sneltest uit te voeren of mest op te sturen voor onderzoek in het laboratorium. De therapie voor de verschillende oorzaken van diarree is ook verschillend, daarom is het van belang om te weten wat de oorzaak is van de diarree.

De meest voorkomende oorzaken van diarreeproblemen:

  • Virale aandoeningen, waaronder rota- of coronavirus.
  • Bacteriële aandoeningen, bijvoorbeeld E. Coli of Salmonella. Bij bacteriële aandoeningen is behandeling met een antibioticum noodzakelijk. Als eerste keuze middel kan AA-Trim of Dofatrim worden gespoten. Wanneer de symptomen zo ernstig zijn dat deze therapie niet afdoende is, dan dient de dierenarts geraadpleegd te worden. Het is dan mogelijk om individueel over te gaan naar tweede keuze middelen (bijvoorbeeld Amoxy-C of Genta-ject), of een antibioticumtherapie op koppelniveau in te stellen. Bij Salmonella zijn de symptomen zeer ernstig, met sterfte van kalveren, hoge koorts en bloed in de diarree. Raadpleeg bij die symptomen uw dierenarts.
  • Cryptosporidium, vaak met een ernstige, geel-groene, vlokkerige diarree. Aangezien het hier niet om een bacterie gaat is de reactie op antibioticum vaak zeer matig. Behandeling van het individuele kalf met Halocur kan oplossing bieden.
  • Coccidiose. Bij coccidiose is er ook bloed in de mest te zien. Behandeling met Vecoxan kan uitkomst bieden.
  • Voedingsoorzaken. Bekende oorzaken zijn een (plotselinge) overgang naar een ander voer of een plotselinge verhoging van het voer.
  • Het is ook mogelijk dat meerdere van bovenstaande problemen spelen. Hierdoor kan er een zeer complex probleem ontstaan.

Bij elke vorm van diarree is het van belang om ervoor te zorgen dat de kalveren niet uitgedroogd raken. Zeker bij ernstige, waterdunne diarree is het belangrijk om de kalveren voldoende (elektrolyten)water aan te bieden. In heel ernstige gevallen kan het zinvol zijn om een kalf een infuus toe te dienen.

KalverenLuchtwegproblemen

Luchtwegproblemen kunnen op vleeskalverbedrijven veel problemen veroorzaken, waardoor er ook sterfte van de kalveren optreed en teveel ondereind kan ontstaan. Zeker als de kalveren 3 tot 6 weken op het vleeskalverbedrijf aanwezig zijn, is er een groot risico op luchtwegproblemen bij de kalveren. Op dat moment neemt de maternale immuniteit (verkregen door de biest bij de melkveehouder) af, en is de verkregen immuniteit nog niet voldoende om ziektekiemen effectief te bestrijden.
Virussen en bacteriën gaan vaak hand in hand met elkaar, op jonge leeftijd noemen we dit vaak het BRD-Complex. Er zijn meerdere medicijnen om de symptomen te bestrijden.

De meest gebruikte 1e keus middelen voor individueel gebruik zijn:

  • Procpen30 / Procapen / Depocilline, vaak in combinatie met Novem.
  • Nuflor in combinatie Novem.
  • Resflor. Niet gebruiken in combinatie met novem, omdat er al finadine in de resflor verwerkt zit. Het antibioticum is hetzelfde als bij Nuflor.

In sommige gevallen worden longproblemen chronisch, of blijft het kalf achter met hangende oren of gewrichtsproblemen. Mycoplasma kan in die gevallen een rol spelen. Wanneer er chronische patiënten overblijven, teveel kalveren individueel behandeld moeten worden of wanneer de reactie op de therapie tegenvalt, is het raadzaam om de dierenarts te raadplegen.

Pootproblemen

Problemen met ontstoken gewrichten of klauwzweren kunnen zorgen voor kreupele kalveren. Dit zijn pijnlijke aandoeningen waardoor kalveren minder kunnen gaan eten of drinken, minder groeien en gaan slijten.

Bij klauwzweren zijn de gewrichten niet gezwollen, maar is de klauw zeer pijnlijk. Met een renet (klauwmes) is het mogelijk om de klauw te bekappen, aan de buitenrand zit vaak een zwarte plek. Bij het uithollen van die plek kan pus vrij komen. De druk van de pus in de klauw is zeer pijnlijk, bij het vrijkomen van de pus is het probleem vaak over. Eventueel is het raadzaam om het kalf nog in een klauwzak met Soda of Biotex te zetten. Antibioticumtherapie is onvoldoende werkzaam bij klauwproblemen.

Veel gewrichtsproblemen zijn het gevolg van een verwonding van buitenaf of van een Mycoplasma infectie. Bij Mycoplasma zijn er vaak eerst longproblemen geweest. Een juiste, snelle therapie is van groot belang om de kalveren te genezen. Het beste is om de kalveren met gewrichtsproblemen op rubber matten of op stro te zetten. De therapie kan door middel van het spuiten van antibiotica of enkele kalveren bij elkaar antibiotica door de melk te geven. Tevens is het mogelijk om een AnimalIntex-verband (warmteverband) aan te leggen of om onder narcose het gewricht van het kalf te spoelen. Neem hiervoor contact op met uw dierenarts.

Navelontsteking

Wanneer de kalveren aankomen op het vleeskalverbedrijf is het raadzaam om de navels van de kalveren te controleren. Een dikke navel kan twee oorzaken hebben. Het is mogelijk dat het kalf een navelbreuk of een navelontsteking heeft.

Bij een navelbreuk is de navel zacht en de inhoud terug te duwen in de buikholte. Therapie is niet nodig en in de meeste gevallen krijgt het kalf nooit last van de navel. In zeer zeldzame gevallen krijgt het kalf wel last van de navelbreuk of is de navelbreuk extreem groot, dan kan een operatie uitkomst bieden.

Bij een navelontsteking is de navel hard, pijnlijk en gezwollen. Een navelontsteking dient wel adequaat en snel behandeld te worden. Als dit niet gebeurd is het mogelijk dat er een abces ontstaat. Wanneer het abces bij de navel ontstaat is het mogelijk om het abces te openen. Ook is het mogelijk dat de ontsteking van de navel naar binnen dringt, waardoor er een abces in de buikholte of de lever kan ontstaan. Op latere leeftijd kan het kalf hier problemen door krijgen.  Een effectieve behandeling van de navel in een vroeg stadium is dus van groot belang, en men dient ook te controleren of de navel niet meer ontstoken is aan het einde van de behandeling.