Kalverhouderij met de billen bloot

Het Veterinair Kennis Centrum heeft op 21 mei jongstleden een symposium georganiseerd voor erfbetreders in de vleeskalverhouderij met als thema: Met de billen bloot.

Hieronder kunt u het persbericht lezen hierover welke is opgesteld door SV Tekst & Communicatie.


________________________________________________________


Het Veterinair Kennis Centrum heeft op 21 mei jongstleden een symposium georganiseerd voor erfbetreders in de vleeskalverhouderij. Ruim 100 belangstellenden luisterden in de Apenheul naar drie prominente gastsprekers, prof.dr. Johanna Fink-Gremmels, dr. Bart Pardon en prof.dr. Frans van Knapen. Zij haakten, ieder vanuit het eigen vakgebied, aan op het thema ‘De kalverhouderij met de billen bloot’. Naast een kritische noot was er ook ruimte voor een positief geluid. Zo blijkt uit recent onderzoek dat de gevaarlijke ziekenhuisbacterie MRSA niet afkomstig is uit de veehouderij. ‘De humane variant is voor mensen gevaarlijk in tegenstelling tot de vee-gerelateerde variant’ aldus prof. Fink-Gremmels. ‘Hopelijk kunnen we dat nu eens duidelijk maken aan de wereld’.


Aandachtspunten voor gezond kalf
Het antibioticagebruik in de kalverhouderij is de afgelopen jaren sterk gedaald. Deze ontwikkeling kan verder worden ondersteund met preventieve maatregelen. Zo is biest van groot belang voor de gezondheid van het jonge kalf. Dat stelt Johanna Fink-Gremmels, professor aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht. ‘Het zorgt voor essentiële antistoffen en de ontwikkeling van gezonde darmflora waardoor het kalf in de eerste levensfase minder risico loopt op darm- en luchtwegproblemen.’ Naast biest kan een kalverhouder natuurlijke stoffen inzetten die preventief werken, zoals kaneel. ‘Je kunt hier geen zieke dieren mee genezen, maar wel zorgen voor een gezondere veestapel’ aldus prof. Fink-Gremmels.
Vertoont een kalf ziekteverschijnselen zoals bijvoorbeeld hoesten, dan is het belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium de juiste diagnose te stellen. De zieke dieren en stalgenoten die risico lopen dienen vervolgens direct en adequaat behandeld te worden. Uit onderzoek blijkt dat snel ingrijpen problemen in een later stadium voorkomt en uiteindelijk juist leidt tot reductie van het totale antibioticagebruik.


Eerst denken, dan doen
Dr. Bart Pardon, werkzaam aan de Universiteit van Gent, stelt dat het niet in elke situatie opportuun of noodzakelijk is om monsters te nemen ter bevestiging van een diagnose. De resultaten van landelijk onderzoek naar het voorkomen van ziekteverwekkers in de vleeskalverhouderij, in combinatie met de eigen ervaring, stellen dierenarts en veehouder in staat om een passende aanpak te bepalen. Indien aanvullend onderzoek wel noodzakelijk is, stelt Bart Pardon een aantal belangrijke voorwaarden. Per situatie moet nauwkeurig worden bepaald welke en hoeveel dieren er met welke techniek moeten worden onderzocht. Alleen zo kan een betrouwbare diagnose gesteld worden. Een knelpunt is echter dat de uitslag te lang op zich laat wachten. Ontwikkelingen in de techniek zullen hier binnenkort verandering in brengen. Pardon geeft aan dat, indien er beter en gerichter behandeld kan worden, dit uiteindelijk leidt tot een verminderd en meer efficiënt antibioticagebruik en een gezond resultaat voor kalf en veehouder.


Juiste stal- en bedrijfshygiëne leidt tot betere gezondheid
‘Goede hygiëne, het lijkt zo’n inkopper’ stelt dr. Frans van Knapen van de afdeling Veterinaire Volksgezondheid van de Universiteit van Utrecht. ‘Maar het blijft belangrijk steeds alert te zijn.’ Op boerenbedrijven is hygiëne namelijk een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Leidingen en voerbakken dienen goed gereinigd te worden. Leidingen zijn gevoelig voor bacteriën en schimmels in biofilm die zich in leidingen kan bevinden. Verder moet er op gelet worden dat bedrijfskleding niet buiten de stal gedragen wordt, veehouders en stalbetreders regelmatig goed hun handen wassen en bijvoorbeeld honden en katten niet in de stal komen. Van Knapen: ‘Binnen is schoon, buiten is vies. Bewustwording van wat je doet en waarom zal leiden tot verbetering van de bedrijfshygiëne. ‘